Gaven en bedieningen

Gaven en bedieningen

Door Arie de Paauw

[1Kor.12:29] Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten? NBV21

Lezen: 1Kor.12:12-28

Dat er nog zoveel verwarring is omtrent de geven van de Geest is misschien ook wel aan de manier van schrijven van Paulus zelf te wijten, maar niet in het minst van de vertalingen, die her en der gebruikt worden en niet los staan van de interpretaties van mensen.

Zo spreekt Paulus hier over maar drie bedieningen, terwijl hij er in Efeze 4 vijf noemt en hij voegt daar ook weer anderen aan toe. Tja, dan is het inderdaad lastig.

Maar we moeten nooit vergeten wat de achtergrond is, waarom hij schrijft wat hij schrijft en hoe hij het schrijft. We horen de toon niet, waarmee hij bepaalde dingen zegt. Wat is het geval? In Korinthe liet men zich voor staan op het hebben en gebruiken van de geestelijke gaven. Als je er had, en wie niet, en je had er ook nog meer, dan was je hoger. Dat zijn menselijke, wereldse, zelfs vleselijke maatstaven. Want alle gaven zijn immers gegeven om te dienen, tot opbouw van de gemeente. Zo ook de gaven van de bedieningen, de gaven van Jezus aan Zijn Lichaam, de gemeente. Apostel, profeet, (evangelist, herder) en leraar. Om toch maar even de 5 uit Efeze 4 aan te duiden

De vraag of iedereen dat is, is een retorische vraag, die we altijd met nee beantwoorden. En dat klopt, je wordt geroepen als apostel, profeet etc. Ik weet mijn roeping als evangelist nog, al was ik me er toen niet van bewust dat God me riep, ook de plaats nog: bovenop de van Brienenoordbrug, richting Gouda.

Maar aangezien hij in hoofdstuk 14:1 zegt dat iedereen zich moet uitstrekken naar de geestelijke gaven, en zeker die van profetie, zal het antwoord op de tweede retorische vraag of iedereen de andere dingen, die weer geestelijke gaven zijn, geeft, dus ja moeten zijn!

Tijdens de derde golf van John Wimber en de Vineyard Beweging was de gedachte: ‘everybody gotta play‘ oftewel, iedereen kan meedoen. In tegenstelling tot het cessationisme, de streeptheologie, die zegt dat de gaven zijn gestopt met het sterven van de (12) Apostelen. De kerkgeschiedenis laat echter zien dat lang daarna nog steeds mensen werden genezen, bevrijd e.d. 

Dus niet iedereen die een kerk sticht is een apostel, die een profetie ontvangt een profeet, of iemand die het evangelie vertelt een evangelist. De taak van mensen met een bediening is juist om de heiligen (de gemeente) toe te rusten tot dienstbetoon, dus dat ze dingen van een apostel, profeet en evangelist gaan doen, zodat het werk niet op die mensen alleen rust, maar iedereen mee doet. Dan zie je dat er geen orde meer van belangrijkheid is, omdat we, door de Geest, allemaal mee kunnen doen. 

De discipelen hadden, toen Jezus nog leefde, vaak de discussie wie er nu belangrijker was dan de ander, maar dat hoort in Gods Koninkrijk niet thuis. Iedereen, of hij nu een taak heeft of niet, doet ertoe, omdat we allemaal deze geweldige dingen van de Geest kunnen ervaren en er anderen mee kunnen dienen, tot eer van de Naam van Jezus. Als er iemand zich ergens op voor laat staan weet je al, dat het niet goed is, dan is hij vleselijke bezig in plaats van geestelijk en is bekering de enige oplossing. Dienen van elkaar, in de liefde, daarom staat het volgende hoofdstuk juist op die plaats, is de belangrijkste motivatie, de rest is vuilnis!

08-01-2022