Ziet toe dat niet iemand u verleide

Ziet toe dat niet iemand u verleide

Zoals A. McGrath in de inleiding van zijn Christelijke Theologie Karl Barth aanhaalt vind ik het interessant om als lid van de kerk de theologie van het verleden - in dit geval Abelardus (1079-1142) - te laten spreken om er het nodige commentaar op te geven. Dit doe ik vanuit de zegswijze van Anselmus van Canterbury “fides quaerens intellectum” (geloof gaat vooraf aan het redelijk doordenken). Mijn commentaar spitst zich toe op vraag 53 en 55 van Abelardus’ Voor en tegen (Sic et non)[i]: “Dat alleen Eva, niet Adam, verleid is, en het tegendeel” [ii] en “Dat de zonde van Adam groot én niet groot is geweest.”

Bij 53 citeert hij Ambrosius die commentaar geeft op de brief van Paulus aan de Romeinen 5:12 “Daarom zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood …”. Dat die ene mens Adam is wordt duidelijk uit de context van Rom 5: 14. Maar het gaat hier om Eva, aldus Ambrosius en de reden dat Paulus schreef de overtreding van de ene, mannelijk, in Rom 5:15 is dat hij niet naar de specifieke maar naar de algemene soort verwees.  

Want niet Adam is misleid, maar de vrouw, 1 Tim 2:14. Want Adam zei niet de vrouw heeft mij verleid, maar “De vrouw die U gaf om bij mij te zijn die heeft mij van die boom gegeven en ik heb gegeten.” Haar antwoord was echter: “De slang heeft mij bedrogen en ik heb gegeten.” Wat maakte nu dat Adam at van de boom? Volgens Augustinus was het de vriendschappelijke genegenheid en liefde van de vrouw waaraan Adam geen weestand kon bieden en iets deed waarvan hij wist dat hij het niet moest doen. Maar om zijn geliefde niet af te wijzen of teleur te stellen voorkwam hij dat zij van een vriend tot een vijand werd. Dat hij het niet had moeten doen is duidelijk uit de straf die erop volgde. De list van de slang waardoor Eva werd verleid had Adam op geen enkele manier kunnen verleiden volgens Augustinus. Verleiding in eigenlijke zin is dat iemand zich laat overhalen iets voor waar aan te nemen, terwijl het niet waar is, terwijl je dat wel als waar kunt ervaren.

Dan is het de Heere God die Adam aanspreekt. Hij is het hoofd van zijn vrouw, Ef.5:23. Hij had Adam geboden niet van die boom te eten. Eva was er toen nog niet, Gen.2:18. Hoe wist zij dat dat ze niet van de boom mochten eten? Van Adam. Zelfs niet aanraken. Eva was haar man ongehoorzaam en daarmee indirect God. Of gold het verbod soms niet voor Eva? Als Adam niet van de boom gegeten zou hebben zou hij niet zijn gestorven en Eva misschien ook niet, maar het zou wel uit zijn tussen Adam en Eva.

Peter Kerstholt

 

[i] 25 Eeuwen Theologie, Laurens ten Kate en Marcel Poorthuis, Boom uitgevers Amsterdam, 2017, blz. 268 e.v.  

[ii] De woorden verleiden en bedriegen worden als synoniemen gebruikt.     

06-06-2022