Verzoekingen in de woestijn

Verzoekingen in de woestijn, Mat. 4:1-10

Toen werd Jezus weggeleid naar de woestijn door de Geest om verzocht te worden door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast kreeg Hij honger. En de verzoeker naderde en zei Hem: “Indien Gij Zoon van God zijt, zeg dat deze stenen broden worden.”

De duivel stelt op de voorwaarde van het Zoonschap een stofomzetting voor. En beveelt stenen te veranderen in broden. Om deze reactie te bewerkstelligen behoeft Hij slechts te spreken. Als drijfveer doet hij een appel aan zijn eetlust, een begeerte van het vlees, een natuurlijke drift om te overleven. Zo tracht hij Jezus te vermurwen door Hem te richten op de materie. Een wittebroodsmoment? De mens bestaat immers zelf uit stof. Maar wie stelt moet bewijzen.

En Hij antwoordde en zei: ”Er staat geschreven: Niet door brood alleen zal de mens leven, maar door elk woord uit de mond van God.”

Jezus antwoordde met een citaat uit de Schrift. Het is een citaat uit de tijd toen het volk vertoefde in de woestijn. Daar liet God hen het manna eten om te laten weten dat de mens niet van brood alleen leeft; dat brood kenden ze van Egypte. Het manna echter was het brood uit de hemel; het brood van de Heere dat Hij Mozes had toegezegd en dat bovennatuurlijk leven geeft. De mens bestaat immers niet uit stof alleen.

Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op de tinne van de tempel. En hij zei Hem: “Indien Gij Zoon van God zijt, werp uzelf naar beneden, immers er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij bevel geven aangaande u en op handen zullen zij u dragen. Niet zult u uw voet stoten tegen een steen.” Jezus zei hem: “Eveneens is geschreven: Niet zult gij de Here uw God verzoeken.”

De verzoeker neemt Hem mee naar de top van wat door mensenhanden is gemaakt. Hij doet een voorstel op leven en dood om Gods Zoonschap te beproeven. Daarbij verhovaardigt hij zich het woord van God te citeren. Het is de zwaartekracht weerstreven. Boven de natuurwet verheven. Er schuilt een addertje onder het gras. Want het behoeden op al uw wegen ontbreekt in het citaat. En juist dat Schriftgedeelte geschiedde: Jezus hoeft niet te bewijzen en pareert de aanval met een woord uit de wet. De vlieger van hovaardij des levens gaat niet op.

Wederom nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg en hij liet Hem al de koninkrijken van de wereld zien met hun heerlijkheid. En hij zei Hem: “Dit alles zal ik aan Jou geven, indien je knielend mij aanbidt.” Toen zei Jezus Hem: “Ga weg satan, want geschreven is: De Heer uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.”

Staand op een hoge steenrots overziet Jezus in enkele ogenblikken deze rijken en hun heerlijkheid. De voorwaarde van Gods Zoon heeft de Boze inmiddels laten vallen en in plaats daarvan stelt hij zichzelf anti God. Alles voor één keer is zijn motto. Met dit aanbod tracht hij Jezus te verleiden ver van huis. Maar daarachter schuilt het aardse slijk. Want geld spreekt alle talen. Het koninkrijk van God is echter niet van deze wereld. En het koningschap van alle koninkrijken is van God, Ps. 22:29. Wanneer de Zoon het eist van Hem zal Hij het Hem geven. Nochtans is het niet zover. Niet te Jeruzalem noch op de hoge berg is de Heer tot afval te bewegen, want de ware aanbidders aanbidden God in Geest en waarheid.  

Peter Kerstholt       

05-08-2022