De genezing van een epilepticus

De genezing van een epilepticus, Luk. 9:37-43

Terwijl ze de berg afdaalden komt een grote menigte Jezus tegemoet.

Op de top van de berg hadden de drie leerlingen het Koninkrijk van God gezien en diep onder de indruk van deze Godservaring waren ze aan het afdalen, terwijl ze oplettend hun voeten plaatsten. Na een tijdje wordt een grote menigte voor hun ogen zichtbaar. Wat zou deze mensenmenigte willen? Het is gedaan met de stilte en de Koninkrijkgedachten vlieden wanneer het tegengestelde daaraan op het punt staat zich te openbaren.  

En zie, een man uit de menigte riep: “Meester, ik bid U, kijk toch naar mijn zoon, want hij is mijn enig kind. En zie een geest grijpt hem en meteen schreeuwt hij; en hij doet hem zo stuiptrekken dat hij schuim krijgt; hij gaat nauwelijks bij hem vandaan en mishandelt hem. En ik heb uw leerlingen gevraagd/gesmeekt hem uit te drijven, maar zij konden niet.”

Het is de smeekbede van één man om te zien naar zijn kind, zijn eniggeboren zoon, zijn opvolger. In het kort vertelt hij de ziekteverschijnselen. Een aanval door een onzichtbare macht, schreeuwen, stuiptrekken, schuimen op z’n mond, het stopt nauwelijks, mishandeling door bijvoorbeeld zich in het water of vuur te werpen. Kennelijk in de nabij gelegen smederij. En hij besluit de opsomming met te vermelden dat Zijn leerlingen, die niet waren meegegaan de berg te beklimmen, geen genezing konden bewerkstelligen. Een reden des te meer om bij de Meester aan te kloppen.

Jezus antwoordde en zei: “O ongelovig en verdraaid geslacht. Hoelang zal Ik nog bij u zijn en u verdragen? Breng uw zoon hier.” Terwijl deze kwam wierp de demon hem tegen de grond en deed hem stuiptrekken. Maar Jezus bestrafte de onreine geest, genas het kind en gaf het aan zijn vader terug. En ze stonden verslagen om de majesteit van God.

De tegenstelling met de transfiguratie is schrijnend, zodat Jezus hen gestreng toespreekt. Twijfel en onrecht blijken deze generatie te kenmerken, niet anders dan in het lied van Mozes staat geschreven. En de negen leerlingen die het niet gelukt is, zwijgen stil. Dan beveelt Jezus in Zijn goedertierenheid de jongen te brengen. En terwijl deze kwam aanlopen kreeg die een epileptische aanval. Op een bizarre manier vertoonde de ziekte zich als zijnde het lijdend voorwerp van de smid. Er blijkt verband tussen deze vallende ziekte en een demon te zijn. Hoewel epilepsie tegenwoordig als een psychiatrische ziekte wordt beschouwd die fysiek nader te verklaren is en te behandelen, moet er volgens dit verslag rekening worden gehouden met een demon. Een kwaadaardige buitenmenselijke geest die op de psyche en daardoor op het lichaam inwerkt en de veroorzaker van de ziekte is. Deze demon manifesteerde zich hevig nu het Licht der wereld hem direct bereikte en onderzocht. Maar door het bestraffende stemgeluid van de Heer verliet de onreine geest het kind. En Jezus vertrouwde hem weer toe aan het vaderlijk gezag. De omstanders stonden versteld van de grootheid van God.     

Peter Kerstholt

30-09-2022