De gelijkenis van de onrechtvaardige rechter

De gelijkenis van de rechter en de weduwe, Luk.18: 1-8

En Hij sprak een gelijkenis tot hen dat het nodig is altijd te bidden en niet te verslappen. Hij zei: “In een stad was een rechter, die God niet vreesde en geen mens duchtte. En er was een weduwe in die stad en zij ging telkens naar hem toe en zei: “Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij.” Maar hij wilde niet voor een lange tijd. En daarna zei hij bij zichzelf: “Ook al vrees ik God niet en ducht ik geen mens, omdat deze weduwe mij moe maakt, zal ik haar recht doen, opdat zij uiteindelijk mij niet een blauw oog komt slaan.”

Deze gelijkenis sprak Jezus met het oog op de dagen dat de komst van de Zoon des mensen aanstaande is.

De stad staat voor de dichtbevolkte wereld waar de mensen het onderscheiden tussen goed en kwaad uit het oog zijn geraakt. De rechter heeft er een officiële status. De autoriteit waarmee hij is bekleed bepaald het geldende recht. De weduwe daarentegen is niet in aanzien en heeft een kwetsbare sociaaleconomische positie, daar zij het voortaan zonder haar man moet stellen.

Nu was het geval dat deze rechter het rechtspreken naliet en de weduwe niet gaf wat haar toekwam. De grondoorzaak daarvan was een gebrek aan vroomheid en wijsheid, die de vreze des Heren is. Door het ontbreken van deze eigenschap wendde de rechter zich niet af van het kwaad en maakte hij zich schuldig aan het overtreden van een sociale wet. Zo verzaakte hij lange tijd zijn plicht, terwijl de verdrukking van de weduwe voortduurde. Omdat zij niet bij de pakken ging neerzitten maar volhardde in haar rechtsgang en het de rechter lastig maakte, besluit deze uiteindelijk haar verzoek in te willigen. Daarbij ziet hij dan nog eens op zichzelf, wat hij zal doen en waarom. De motivering híerbij is zeker ondeugdelijk te noemen want de rechter sprak bij zichzelf niet de waarheid - die waarheid spreekt, spreekt recht - maar dichtte de weduwe kwaad toe, terwijl hij het zelf deed, en dat wilde hij haar beletten. Omgekeerd en vervreemd van het oorspronkelijk nobele motief dat aan het rechtspreken ten grondslag ligt, namelijk God raadplegen en Zijn voorschrift bekend maken, was het nu vooral vanwege zijn vermeende eigen belang dat de rechtszaak zou dienen.  

En de Heer zei: “Hoor, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God niet het recht van zijn uitverkorenen van die dag en nacht tot Hem roepen doen en zal Hij lankmoedig zijn jegens hen? Ik zeg u dat Hij hun recht zal doen met spoed. Niettemin zal de Zoon des mensen al komende het geloof vinden op de aarde?”

Het is Abraham die God aansprak met Rechter van de wereld. En Rechter van de weduwe wordt Hij in het bijzonder genoemd door de psalmist. De uitverkorenen zijn degenen wiens levenswandel wordt gekenmerkt door zowel overdag als ’s nachts te bidden en niet op te geven, juist vanwege het lijden van verdrukking in de wereld. God zegt hen toe dat Hij hun recht snel zal doen. Recht om vrede in Christus te hebben.  

Peter Kerstholt

30-10-2022