Jezus en Nikodemus

G O D Z I J M E T O N S is het opschrift gegraveerd in de rand van de Nederlandse twee euro munt. Maar is God met ons? Om daar een antwoord op te vinden gaan we te rade bij het evangelie. In het gesprek met Nikodemus geeft Jezus antwoord.

Jezus en Nikodemus, Joh.3:1-21

Na een warme dag wanneer de duisternis al lang is ingetreden, het is al nacht, acht Nikodemus de tijd rijp om Jezus te bezoeken. Want Zijn leer en de wondertekenen die hij zekerlijk had waargenomen zijn waarlijk ongekend alles overtreffend. ’s Avonds na het avondmaal trok de Heer zich op de Olijfberg terug tussen de bomen onder de sterrenhemel. Hij was gewoon om daar de nacht door te brengen, nadat Hij overdag onderricht had gegeven in de tempel. De warmte van de dag had inmiddels plaats gemaakt voor een aangename koelte. Wanneer Nikodemus het silhouet van Jezus in het maanlicht ontwaart, nadert hij tot op gepaste afstand. Als geen ander beseft deze leraar van Israël dat deze Rabbi van boven komt. Het zal niet lang meer duren eer het Koninkrijk hersteld zal worden. En nu het de tijd is om contact te maken, gaat Nikodemus deemoedig aan kop van de Oudstenraad van het volk. Om te praten over het doel van Jezus’ missie.

En hij zei Hem: “Rabbi, wij weten dat Gij een vanaf God gekomen Leraar zijt. Niemand immers kan deze tekenen doen die Gij doet, indien niet God met hem is.”

Hij gebruikt niet meer woorden dan nodig, want in veel gepraat ontbreekt de overtreding niet. De Heer wist dat deze overste der Judeeërs in aantocht was en als goed verstaander heeft Hij weinig woorden nodig.

Jezus antwoordde en zei hem: “Voorwaar, voorwaar Ik zeg u, indien iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.”

Hij die het volk overwint staat aan de vooravond van een volk dat geboren gaat worden, opnieuw geboren gaat worden. Nicodemus is de eerste die het zo te horen krijgt. Zo is het een kunde tussen de regels door te lezen dat God met je is wanneer je opnieuw geboren bent.

Zegt Nikodemus tegen Hem: “Hoe kan een mens geboren worden, een grijsaard zijnde? Niet kan hij de buik van zijn moeder voor de tweede maal ingaan en geboren worden.”

Jezus antwoordde: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand niet wordt geboren uit water en Geest, kan hij niet ingaan in het Koninkrijk van God. Dat is geboren uit het vlees, is vlees en dat geboren is uit de Geest is Geest. Verwonder u niet dat Ik u heb gezegd: Het is nodig dat jullie opnieuw worden geboren. De wind blaast waar hij wil en zijn gesuis hoort u, maar niet weet u vanwaar hij komt en waar hij heengaat. Alzo is iedereen die geboren is uit de Geest.”

Zoals bij de geboorte het kind uit het vruchtwater komt, komt iemand voort uit water en Geest. Wij weten dat de wind de beweging is van de zwaardere luchtmassa die de plaats inneemt van de lichtere. Daarbij planten trillingen zich voort in de lucht die als geluidsgolven het oor bereiken. Gelijkerwijs is drukverschil de oorzaak van de beweging van de Geest. De trillingen die hierbij ontstaan kunnen verschillen in sterkte of intensiteit en zijn waarneembaar afhankelijk van het frequentiegebied. Die oren heeft, die hore dat de Geest spreekt. De Geest spreekt tot welzijn van de betrokkene en tot welzijn van allen.

Nikodemus antwoordde en zei Hem: “Hoe kan dit geschieden?”

Jezus antwoordde en zei hem: “U bent de leraar van Israël en dit kent u niet? Voorwaar, voorwaar Ik zeg u dat hetgeen wij weten spreken wij en hetgeen wij hebben gezien getuigen wij en onze getuigenis neemt u niet aan. Indien ik u over het aardse heb gesproken en u niet gelooft hoe zult u geloven indien ik u spreek over het hemelse?

Nicodemus was de leraar in de Oudstenraad van het volk, hoewel hij niet de functie van leidende hogepriester vervulde. En het getuigenis van Jezus is de Geest der profetie. Jezus getuigt van het Koninkrijk Gods. Zijn getuigenissen zijn gelijkenissen uit het dagelijks leven. Verborgen voor die ziende niet ziet. Maar Nicodemus is het vergund over het hemelse te horen.  

En niemand is opgestegen naar de hemel indien die niet uit hemel is neergedaald, de Zoon van de mens. En zoals Mozes de slang verhoogde in de woestijn alzo moet de Zoon van de mens verhoogd worden, opdat, iedereen die gelooft in Hem eeuwig leven heeft.

De Heer profeteert van Zijn hemelvaart en spreekt van Zijn verschijning op aarde, Lk.1:79. En met het unicum Mensenzoon verwijst Hij naar het nachtelijk visioen van Daniël. Hij spreekt over Zijn sterven; hoe dit zal geschieden. Tot Mozes sprak de Heer om een "esculaapteken" te maken. Ieder die daar naar zag, die was gebeten door een giftige slang, bleef in leven. Zo zal ieder die gelooft in Jezus Christus leven, dat eeuwig is, hebben. Zijn stof keert weliswaar weder tot de aarde, zijn geest keert weder tot God.  

Want God beminde de wereld zo dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf, opdat iedereen die gelooft in Hem niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Niet immers zond God Zijn Zoon naar de wereld, opdat hij de wereld zou oordelen, maar opdat de wereld gered zou worden door Hem. Die gelooft in Hem wordt niet veroordeeld en die niet gelooft is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.

Deze hemelse boodschap is duidelijk. Door de ongehoorzaamheid van de eerste mensen en het eten van de verboden vrucht, het gif dat tot de dood leidde, zal ieder mens vroeg of laat sterven. Omdat Jezus zonder zonde was en heerste over de zonde kon de dood geen macht over hem houden en Hij stond op uit de doden. De Mensenzoon voert heerschappij over zonde en dood. Geloof in Jezus, Zoon van God, Redder, is de weg om behouden te worden; eeuwig leven te hebben.        

En dit is het gericht: dat het Licht is gekomen naar de wereld en de mensen de duisternis meer beminden dan het Licht. Want hun werken waren slecht. Want iedereen die kwaad verricht, haat het Licht en komt niet naar het Licht, opdat zijn werk niet wordt bestraft. Maar die de waarheid doet, komt naar het Licht, opdat zijn werken bekend worden, omdat ‘t in God is gedaan.”

Nicodemus is stil voor het aangezicht van de Heer. In de verte kondigt een vogel de dageraad aan. Het is tijd om te gaan. En de berg afdalend overdenkt Nicodemus de woorden die hij van Rabbi Jezus heeft gehoord.

 

"Want eens was u duisternis, maar nu licht in de Heer. Wandelt zoals kinderen van het licht, want de vrucht van de Geest is in alle goedheid en rechtvaardigheid en waarheid". Ef. 5:8-9

Peter Kerstholt

10-07-2020