De rijke man en de arme Lazarus

De rijke man en de arme Lazarus, Lukas 16: 19-31

En een zeker mens was rijk. En hij was zich aan het kleden met purper en fijn linnen terwijl hij zich verheugde, dagelijks stralend.

De rijkdom van deze man is in het bijzonder af te zien aan de kleur van zijn kleding. Purper was toen een kleur die werd gedragen door iemand in hoog aanzien zoals vorsten en senatoren. De kleur purper werd gewonnen uit bepaalde zeeslakken, de brandhoorn, bolinus brandaris en de hexaplex trunculus, die zich bevonden op de zeebodem. Purperduikers doken de slakken op waartoe ze op grote diepte moesten afdalen. Dat was lang niet zonder gevaar en menigeen liet het leven. Om 100 gram verfmassa te bereiden waren wel zo’n 6.000 zeeslakken nodig. Er moest dus heel wat worden gedoken. Met dit purper werd de wol geverfd. De Latijnse namen van deze slakken doen vermoeden dat de naamgever deze Bijbelse gelijkenis kende. Fijn linnen was in achting vanwege een aantal eigenschappen die het bezat. Het was zacht en sterk en droeg comfortabel. Het was ook vocht absorberend en bleef daardoor lang droog bij transpireren. Linnen werd gefabriceerd van vlas. De productie was zeer arbeidsintensief. Voordat linnen werd geverfd onderging het wel acht bewerkingen. Een gezegde luidt: Als je wilt werken, moet je vlas zetten. Al met al was er heel veel arbeid verricht voordat de rijke man zijn luxueuze en lekker zittende kleding kon dragen. En terwijl hij zich aankleedde verheugde hij zich vanwege zijn mooie kleren die zijn dag stralend maakte.          

En een zekere arme genaamd Lazarus was neergelegd bij zijn poortgebouw, terwijl hij met etterende wonden bedekt was. En hij begeerde te worden verzadigd met de broodkruimels die van de tafel van de rijke vielen. Maar zelfs de honden die kwamen waren zijn zweren aan het likken.

Van de arme is zijn naam bekend. Het is de enige gelijkenis waarin iemand bij name wordt gekend. Lazarus dat betekent: God helpt. Maar die hulp was ver te zoeken en niet naar het lichaam waarneembaar. Want Lazarus was niet in staat om te lopen. En zo moest hij dulden dat hij werd neergelegd bij de poort van het huis van de rijke. Pathos! Bovendien had Lazarus honger. Hij begeerde zich te voeden met het voedsel dat afviel. Waar gewoonlijk de honden onder de tafel de restjes opaten, waren ze nu op de verlaten straat en deden het werk dat anders verband zou doen met voor Lazarus pijnlijke bijverschijnselen en kans op infectie. De zieke Lazarus zou het niet lang meer maken.    

En het gebeurde dat de arme stierf en weggedragen werd door de engelen naar de boezem van Abraham. En ook de rijke stierf en werd begraven.

Vanwege de innerlijke rijkdom van Lazarus werd zijn ziel gedragen naar de borst van vader Abraham. Want de Naam was hem bekend. Nu was hij op de plaats van intimiteit. Hij was geliefd. Ook de rijke stierf en zijn lichaam verdween onder de grond.

En nadat hij in de hel zijn ogen opgeslagen had, terwijl hij vanaf het begin in pijnen was, ziet hij Abraham van verre en Lazarus bij zijn borst. En roepende zei hij: “Vader Abraham ontferm u over mij en stuur Lazarus, dat hij de top van zijn vinger in water doopt en mijn tong verkoelt, omdat ik smart lijd in deze vlam.”

Direct na zijn dood wacht de rijke een zeer pijnlijk onthaal. Want zijn naam is niet gekend. Hij staat niet in het boek des levens. En hij belandt aan de overkant van Lazarus en Abraham, die hij van verre wel herkent. Onmiddellijk zet hij een keel op. Hij roept om ontferming en beveelt Abraham om Lazarus te sturen om zijn tong te verkoelen. Want hij heeft zijn tong gebrand, niet in toom gehouden, niet over zichzelf gewaakt en schade geleden aan zijn ziel. Dit kleine lid, te vergelijken met een klein roer van een boot, is verkeerd gebruikt en de stuurmanskunst onmachtig is hij volledig uit koers geraakt. En nog denkt hij zijn doel als op aarde te bereiken. Maar waar de tongen van de honden de wonden lekten, daar stak de rijke geen vinger naar Lazarus uit.

En Abraham zei: “Kind herinner je: omdat jij het goede van je ontving in jouw leven en Lazarus gelijkerwijs het kwade, wordt hij nu hier getroost en lijdt jij smart. En bij dit alles is tussen ons en jullie een grote kloof vastgezet, zodat zij die van hier willen doorgaan naar jullie niet kunnen en zij niet vandaar naar ons doortrekken.”

Hoewel de man volgens de stamboom een kind van Abraham was, was hij het naar de geest niet. Want in zijn leven had hij vele keren geboden mondeling overtreden. Dood en leven zijn in de macht der tong. De rijke had zijn tong als een dwaas gebruikt, niet naar wijsheid gestreefd en weerspannig als hij was zijn eigen zin gedaan en zijn eigen goed genoten. Het hellevuur was zijn einduitslag.  

En hij zei: “Ik vraag ge dan vader, opdat gij hem stuurt naar het huis van mijn vader. Ik heb namelijk vijf broers, zodat hij getuige voor hen, opdat niet ook zij komen naar deze plaats van de pijn.” Maar Abraham noemt: “Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij horen van hen.”

Doorpraten zit de man in het bloed en hoewel zijn eerste verzoek is afgewezen komt hij met een volgende. Ditmaal niet voor hemzelf maar voor zijn broers. Dat Lazarus naar het huis van zijn vader gaat, opdat zijn vijf broers dit lot bespaard zal blijven. Doch Abraham volstaat met te verwijzen naar de Wet en de Profeten. Daaraan gehoorzamen door tot inkeer te komen is de remedie tegen brand in het hiernamaals.

En die zei: “Neen, vader Abraham. Maar indien iemand vanaf de doden overgaat naar hen zullen zij tot inkeer komen.” En hij zei hem: “Indien zij van Mozes en de profeten niet horen; zelfs indien iemand uit de doden opstaat, zullen zij niet overtuigd worden.”   

Ongelovig en weerspannig spreekt hij vader Abraham tegen. Hij denkt het beter te weten: Indien iemand van de doden maar terugkomt tot het leven, dan zullen zij tot inkeer komen. En Abraham doet de uitspraak: Indien iemand Mozes en de profeten niet gelooft, dan zal die ook indien iemand uit de doden opstaat niet geloven. Zo verbindt Abraham oud en nieuw.

Jezus Christus is wel de Lazarus die van de doden is teruggekomen. En vanaf die tijd wordt het Koninkrijk van God verkondigd en iedereen dringt zich erin met kracht. Zij vinden de schat in de akker verborgen; de kostbaarste parel.  

Peter Kerstholt

23-08-2020