Jezus en de echtbreekster

Vroeg in de morgen ging Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. En nadat Hij was gaan zitten, onderwees Hij hen.

Jezus en de echtbreekster, Joh. 8:2-11

Vroeg in de morgen ging Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. En nadat Hij was gaan zitten, onderwees Hij hen. En de schriftgeleerden en de Farizeeën leidden een vrouw voor op heterdaad betrapt op echtbreuk plegen. En ze stelden haar middenin en zeiden tegen Hem: “Leraar, deze vrouw is vastgegrepen, op heterdaad betrapt, terwijl ze echtbreuk pleegde. 

Bij dageraad betreedt Jezus wederom de tempel. Hij geeft zijn onderwijs voordat de arbeidstijd aanvangt, voordat de hitte van de dag zich doet gevoelen. En terwijl Hij onderwijs geeft, wordt een vrouw voorgeleid betrapt op echtbreuk plegen. Nu was het gebod: gij zult niet echtbreken welbekend. Op heterdaad betrapt worden stond de doodstraf, Deut. 22:22. Volgens Jezus’ onderwijs is echtbreuk plegen: Wie zijn vrouw verstoot of man verlaat anders dan om hoererij en met een ander trouwt pleegt echtbreuk én wie met zo’n verstotene of verlatene trouwt pleegt echtbreuk, Mt.19:9. Nu ligt de nadruk in zo’n geval niet zozeer op de huwelijksceremonie maar wel op het samen naar bed gaan. Echtbreuk plegen en overspel plegen vallen dan samen.     

En in de wet heeft Mozes ons opgedragen zulken te stenigen. U dan, wat zegt U?” En dit zeiden zij om Hem te verzoeken, opdat zij iets hadden om Hem te beschuldigen.

De opzet van deze geletterden en partijleden was om een aanklacht te forceren. Op voorhand leek duidelijk dat Jezus wel moest instemmen met de wet van Mozes, opdat hij in de problemen zou komen met het recht van de Romeinse overheerser. Want een doodvonnis uitvoeren was de Judeeërs verboden, Joh.18:31. Mocht Hij zich echter tegen de uitvoering van de wet van Mozes keren dan zouden ze trachten Zijn gezag als leraar onderuit te halen om zo het volk voor zich te winnen.

En Jezus bukte zich naar beneden en schreef met de vinger in de aarde. En terwijl zij Hem zo vragen bleven, richtte Hij zich op en zei hen: “Hij die van jullie zonder zonde is, werpe als eerste een steen op haar.”  

Jezus verwijst zo subtiel naar een profetie van Jeremia: Die afwijken zullen op de grond geschreven worden, Jer. 17:13. Want heel concreet zijn er een aantal afwijkingen te constateren. Ten eerste is in Deut.22:22 niet aangegeven op welke wijze de straf voltrokken moest worden. Ten tweede is voorgeschreven dat ook de man die met de vrouw heeft geslapen moest sterven; dus beiden. Ten derde is uitdrukkelijk bepaald dat dit de wijze is waarop het voorschrift moest worden gehandhaafd. Welnu, ze waren van dit voorschrift afgeweken. En op Zijn beurt verbond Jezus zo een door niemand van hen te vervullen voorwaarde aan het voorschrift: de uitvoerder van de doodstraf moest zonder zonde zijn. 

En opnieuw bukte Hij zich neer en schreef in de aarde. En terwijl zij toehoorden en in geweten overtuigd waren, gingen zij weg de een na de ander, te beginnen bij de oudsten tot de laatsten.

Terwijl zij de woorden van Jezus tot hun laten doordringen, gaat Hij verder met schrijven op de grond. Volgens een oude overlevering schreef Jezus van ieder afzonderlijk hun zonden op. Dat zouden dan de onderhavige fouten kunnen zijn. Dan vertrekken ze. De oudsten, die gewoonlijk hun oordelen over een zaak als laatsten ten beste geven, als eersten.  

En zij lieten Jezus alleen achter en de vrouw in het midden. En Jezus richtte zich op en toen Hij niemand zag behalve de vrouw zei Hij haar: “Vrouw, waar zijn zij? Niemand heeft jou veroordeeld.” En zij zei: “Niemand, Heer.” En Jezus zei: “Én Ik veroordeel jou niet. Ga heen en zondig niet meer.”

 

Peter Kerstholt

16-09-2020