De schittering van een ster

Immers ster van ster verschilt in schittering, 1 Kor. 15:41

Door de eeuwen heen zijn mensen altijd gefascineerd geweest door de sterrenhemel. De ontelbare kleine lichten aan het hemelgewelf die ’s nachts zichtbaar zijn. Sinds het begin der tijden begonnen mensen de sterren te onderscheiden in helderheid en in te delen in sterrenbeelden.

In de Bijbel staat dat elke ster een andere schittering heeft. Ook de zon en de maan verschillen hierin weer van de sterren. Deze Schriftkennis blijkt door de natuurwetenschap te worden bevestigd. Trouwens, de benaming ster in die tijd werd door de doorsnee burger gebruikt voor al hetgeen niet onder de zon of de maan werd begrepen.       

Al geruime tijd beschikt de natuurwetenschap over methoden die kunnen aantonen dat sterren onderling van schittering of straling verschillen. Een van deze methoden is de spectraalanalyse. Deze methode is gebaseerd op het laten vallen van licht op een glazen prisma, zodat het wordt ontleed in licht van verschillende kleuren zoals dat bij de regenboog gebeurt. Er ontstaat dan een kleurenband of spectrum.

Deze methode is ook toegepast op het licht dat een stof uitzendt wanneer het wordt verhit. Het licht kan met een spectroscoop worden ontleed. Een spectroscoop is een apparaat dat in staat is van een smalle bundel licht een scherp spectrum weer te geven. In de scheikunde heeft men door stoffen te verhitten van veel stoffen het spectrum vastgesteld. Elk atoomsoort en dus elk element geeft een kenmerkend lijnenspectrum te zien.[i] Door nu het spectrum van een bepaalde ster te vergelijken met spectra van stoffen verkrijgt men inzicht in de chemische samenstelling van die ster.[ii] Het blijkt dat uit de intensiteit van de lijnen ook informatie kan worden verkregen over de concentratie van de aanwezige stoffen.

Daarnaast zijn verschillen in sterspectra ook toe te schrijven aan verschillen in temperatuur van de sterfotosferen.[iii] Zelfs de beweging van de sterren van of naar de aarde toe, die kan worden gemeten door middel van rood- of violetverschuiving, is meetbaar in de straling van de ster.[iv]

Tot aan de tweede helft van de vorige eeuw was het licht van de sterren de enige bron van informatie waarover de sterrenkunde kon beschikken. Daarna doet een nieuwe aanvullende methode zijn intrede: de radioastronomie. Deze methode is gebaseerd op het opvangen van radiogolven die de sterren ook blijken uit te zenden. Deze elektromagnetische golven worden door radiotelescopen opgevangen en verschaffen informatie over onder andere de temperatuur en een bepaalde dichtheid in de atmosfeer van die ster.

Een derde methode is het onderzoeken of sterren infrarood-, ultraviolet-, en röntgenstraling uitzenden, waarvan minder resultaten bekend zijn.[v]

De conclusie is dat elke ster verschilt van schittering zoals iedere mens verschilt van vingerafdruk.

_________________________________

 Systematische natuurkunde deel D, J.W. Middelink, Van Walraven b.v., Apeldoorn, 1980, blz. 61.

[ii] Systematische natuurkunde deel D, J.W. Middelink, blz. 63-66, 184. En daar was licht, dr. P.C. Oele, de Groot Goudriaan, Kampen, 2004, h. XIV, De sterrenkunde, blz. 266.

[iii] Systematische natuurkunde deel D, J.W. Middelink, blz. 185.

[iv] En daar was licht, dr. P.C. Oele, de Groot Goudriaan, Kampen, 2004, h. XIV, blz. 267.

[v] Systematische natuurkunde deel D, blz. 194. En daar was licht, dr. P.C. Oele, de Groot Goudriaan, Kampen, 2004, h. XIV, blz. 250-253.

 

 

                                                                                                                           Auteur tekst: Peter Kerstholt   

Meer bijbel studies lezen klik hier.

 

 

 

13-11-2020