Getuigenis Cornelis

Buitengewone Genade

Getuigenis Cornelis

1956 HET JAAR VAN DE WAARHEID!


In 1956 was ik 27 jaar jong. Ik hoorde toen van mensen die christen waren, maar die toch heel wat eenvoudiger en overtuigender in God geloofden dan de 'normale' kerkmensen. Zij kenden God op een heel andere manier dan ik tot dan toe had gedacht dat Hij was. Mijn indruk van God kwam voort uit het traditiechristendom. Dat hield in dat je naar de kerk ging zonder enig bewustzijn van de aanwezigheid van Jezus in je leven en/of zekerheid van het feit of je een kind van God kon zijn. Hoogstens op je sterfbed.

EERBIEDIG, DAT IS TOCH IEMAND EER BIEDEN?


Het sprak mij enorm aan dat vier jongelui, het was een zangkwartet, ergens een evangelisatie-avond op gingen luisteren met hun liederen, onderweg in de auto met elkaar God aanriepen met de bede dat Hij mensen die avond de ogen zou openen. Bidden dat deed je immers in de kerk, zachtjes, en dan de dominee alleen maar hardop. Maar deze jongelui gingen een voor een in gebed en ze prezen God en de anderen beaamden die gebeden ook hoorbaar. Zelfs de chauffeur bad mee. Het was toch wel een beetje 'oneerbiedig' nietwaar? Zo'n geroezemoes door elkaar. Maar een ding was zeker: zij waren in feite eerbiedig bezig. Zij boden God de eer. En zij wisten dat God aanwezig was en hoorde.

VAN MIJN (voet)STUK GEBRACHT OMDAT IK JEZUS ZAG.


Om kort te gaan: deze belevenis(sen) want er gebeurde veel meer, hebben mij van mijn stuk gebracht. Ik ben ondersteboven geraakt van Jezus. Van hoe waar Hij is. En dat een mens door Hem gered mag zijn door zijn kruisdood en opstanding. Hij is de Waarheid zelf. Dat, wie je ook bent en waar je ook bent met Hem mag praten en naar Hem mag luisteren. Dat Hij werkelijk de levende Heer is die, en dat was vooral nieuw, altijd aanwezig was en wachtte op het moment dat jij (ik dus in dit geval) eens meer realiteitszin zou tonen.


IK GING DOOR DE GROND. MAAR DAT WAS MIJN REDDING.


Ik ben met deze jongelui naar een samenkomst gegaan. Daar vroeg een prediker zomaar aan het einde van de dienst of er iemand was die Jezus zou willen aannemen. Nou, dat wilde ik wel. Of die dan maar zijn of haar hand op wou steken als teken daarvan. Ik vond het schitterend maar zat als aan mijn stoel genageld. Want ik schaamde me dood om daar mijn hand op te steken. Toch deed ik het. Hoe? Als een bliksemschicht stak ik mijn hand op en zo weer naar beneden. Maar de Prediker had het gezien. Hij reageerde met: God Zegene je. Het was of ik door de grond zakte. Die dag, op dat moment werd ik opnieuw geboren, een nieuw mens, een geestelijke foetus wel is waar maar toch tot nieuw leven verwekt, geestelijk dus. Daarna ben ik
gaan groeien, als christen. Met vallen en opstaan ben ik toch een 'grote jongen' geworden, uit de 'luiers gegroeid'. Een 'grote jongen' die soms nog op z'n bek valt. Maar ik kan nu zeggen datik, door de genade van Jezus' offer op dat kruis gered ben en een kind van God ben. Ik heb Jezus lief. O ik houd van Hem met heel mijn hart en ziel.

DANK U HÉÉL, HÉÉL HARTELIJK JEZUS.

Dank U wel Here Jezus. Dank U Vader God.

Tot spoedig. Want ik zal gauw thuis zijn.

Ik ben door Uw genade, nu 86 jaar oud maar van binnen ben ik nieuw
en blijf ik nieuw.

Want U gaf mij Eeuwig Leven... onvoorstelbaar maar wel waar.

Nogmaals, Dank U Jezus want U betaalde de prijs voor mijn redding. Halleluja!

Uw zoon Cornelis.  

24-02-2020