Een kopie op linnen

De afdruk op deze linnen doek, beter bekend onder de naam Lijkwade van Turijn, heeft velen bepaald bij het lijden, het sterven en de verrijzenis van het lichaam van Christus. Het bijzondere is dat de afdruk een fotografisch negatief is.

Een afdruk op linnen                       

Is het linnen doek, waarin het lichaam van Jezus na de kruisafneming werd gewikkeld, dezelfde als het linnen doek dat bekend staat onder de naam De lijkwade van Turijn? Het is sinds lange tijd voorwerp van onderzoek in de sindonologie een specialisatie van de archeologie. Sindon betekent linnen doek. 

Bijbelse gegevens:

Om het begin van een antwoord te vinden gaan we te rade bij de evangeliën waar de volgende gegevens zijn te vinden met betrekking tot het doek: Er is sprake van twee of drie doeken, Joh.19:40; 20:5-7. Met specerijen als aloë en mirre werd het lichaam in doeken van fijn linnen gewikkeld, Lk. 24:23; Joh.19:39-40. Dit vond plaats nabij Jeruzalem. Het lichaam was overdekt met wonden die hun sporen op het doek achter gelaten zouden hebben. De wonden en de wonden veroorzakende handelingen staan beschreven in Joh. 19:1-3, 17-18, 34; Joh.20:25,27.

Algemene gegevens:

Een van de belangrijkste materialen die werd gebruikt voor het maken van kleding en (zeil)doek was linnen, dat van vlas werd gemaakt. Vlas groeide in de omgeving van Jericho en in Galilea. Nadat het vlas gesneden was en verschillende bewerkingen had ondergaan, was het klaar om gesponnen en geweven te worden. Met een verticaal weefgetouw was men in staat om lange stukken stof te maken. Doordat men wel zes verschillende scheringen tegelijk kon bewerken was het mogelijk om een visgraatpatroon te maken.[i] Een bekende eigenschap van linnen is dat het vocht absorbeert wanneer het in aanraking komt met de huid.  

Aloë en mirre werden gebruikt om het lichaam van een dode te balsemen. Aloë is een geneeskrachtig geelachtig sap dat wordt gewonnen uit de aloë plant en dat onder andere werd gebruikt tegen koorts, kneuzingen, abcessen en huidontsteking.[ii] Mirre is een olieachtig hars en heeft een sterk aromatiserende werking waardoor onaangename geuren worden verdreven.

Gegevens over de lijkwade van Turijn:

Het doek is van fijn linnen geweven in een visgraatpatroon en heeft een lengte van 4.40 meter en een breedte 1.13 meter. Op het doek is de afbeelding van de voorzijde en de achterzijde van een man te zien. Bij het hoofd, in het midden van het doek, komen de voor- en achterzijde van het hoofd bij elkaar. Zo kan worden opgemaakt dat het doek in de breedte onder en over de lengte van de man was gewikkeld. De lengte van de man meet zo’n 1.80. De man was naakt en bedekt met de handen over elkaar gekruist zijn kruis. Hij droeg een baard. De voeten zijn enigszins over elkaar heen gelegd. De afdruk van het lichaam op het doek is het duidelijkst op die plaatsen waar het lichaam het dichtst tegen het doek is gekomen. Daarbij zijn er sporen van bloed op het doek zichtbaar op die plaatsen in de afbeelding van de man die overeenkomen met de plaatsen van zes wonden die zijn beschreven in de evangeliën. Wat opvalt is dat de nagelwonden in de polsen zijn te zien en niet in de handpalmen. Dit brengt geen exegetisch probleem met zich mee indien de pols tot de hand wordt gerekend. Want de handpalmen kunnen niet zo’n lange tijd op zo’n manier een deel van het lichaamsgewicht dragen, maar de polsen wel, aldus de chirurg Pierre Barbet.[iii] Dit is in de schilderkunst niet te zien, omdat men niet over die medische kennis beschikte. Het Griekse woord dat voor pols kan worden gebezigd is sfugmos (σφυγμος), te vergelijken met het Latijnse pulsus, maar de betekenis ervan in medisch opzicht was toen niet voldoende gedefinieerd. Pas sinds Leonardo da Vinci is de hele arm in anatomisch opzicht beter in beeld gebracht.[iv] Het Griekse woord voor arm is brachiona (βραχιονα).          

Nadat de doek voor het eerst werd gefotografeerd in 1898 was er een positiefafbeelding te zien op een fotografisch negatief. Dit experiment is in 1931 herhaald met hetzelfde resultaat. De afdruk op het linnen doek blijkt een negatief. En dat is uniek.

In 1973 werd het linnen onder de microscoop onderzocht op pollen, fijn stuifmeel dat zich in de lente en de zomer in de lucht verspreid. Er zijn 58 verschillende soorten pollen geïdentificeerd. Veertien plantenpollen zijn typisch voor het land Israël.[v] De resultaten van dit onderzoek verricht door M. Frei-Sulzer gingen opnieuw voor onderzoek naar twee experts op het gebied van de plantenwereld: Avinoam Danin en Uri Baruch.[vi] Zij bevestigen de juistheid van het eerste onderzoek en doen nog meer ontdekkingen. Met name twee planten worden geïdentificeerd, het zijn de werveldistel, gundelia tournefortii, waarvan ook een afdruk op het linnen doek is ontdekt, zou zijn verwerkt in de doornenkroon, en een boonkapper, zygophyllum dumosum, een zeldzame plant die alleen groeit in de Sinaï en in de woestijn rondom de Dode Zee.[vii] Deze ontdekking maakt stellig aannemelijk dat het linnen doek afkomstig is uit dat gebied, te meer daar deze planten bloeien in de maanden maart en april wanneer er veel stuifmeel in de lucht zit en het de tijd is dat het Pascha wordt gevierd.         

Een andere ontdekking met de VP8 beeldanalyse computer gedaan zijn twee cirkelvormige afbeeldingen op de ogen van de afbeelding. Het blijken afdrukken van muntstukjes te zijn. Op een van de muntstukje is een staf zichtbaar met de letter Y CAI van Τ Ι Β Ε Ρ Ι Ο Υ C Α Ι Σ Α Ρ. Een expert, M. Marx, heeft bevestigd dat zulke muntstukjes werkelijke hebben bestaan en zijn geslagen in 29-32 n Chr. in opdracht van Pilatus.[viii] Het zou gaan om de lepton, die ook in het Nieuwe Testament wordt genoemd, Lk.12:59 en 21:2. De muntstukjes werden gebruikt om de ogen van de overledene gesloten te houden. Het bevreemd enigszins dat dit muntstukjes zijn en nog wel van de toen regerende keizer Tiberius.

Een volgend aspect is hoe het linnen is vervaardigd. Dankzij het boek “Geschiedenis van de natuur” van Plinius de Oudere is bekend hoe linnen in de oudheid werd vervaardigd. De lijkwade blijkt met behulp van de techniek vervaardigd die in dit boek is beschreven. Iedere draad heeft zijn eigen kleurschakering en onder de microscoop kan men sporen van stijfsel en een zeepoplossing vaststellen. Ook het patroon van de draaiing van de draden is kenmerkend voor de weeftechniek uit de Romeinse tijd. Tenslotte blijkt dat de weefstructuur en de opbouw van de weefkanten overeenkomen met stoffen die men in de ruïnen van Massada heeft gevonden.[ix]    

De bloedvlekken op het doek zijn niet van verf, vruchtensap of dierlijk bloed, maar opnamen onder verschillende filters wijzen er op dat het bloed werkelijk uit de wonden is gevloeid. Door onderzoek van enkele draden van het doek trof prof. Pierluigi Baima Bollone nog rode bloedlichaampjes aan. Hij blijkt zelfs in staat de bloedgroep vast te stellen namelijk bloedgroep AB.[x]

De haardracht van de afbeelding van de man zou typisch zijn voor een Nazireeër. Namelijk lange haren tot op de schouders die zijn samengebonden met op het hoofd de scheiding in het midden en ook een baard met een tweeslag. Maar een Nazireeër mocht de vrucht van de wijnstok niet nuttigen. Aangezien Jezus wel een wijndrinker werd genoemd en bij het Pascha de vrucht van de wijnstok dronk, kan de afbeelding van de man op het doek op deze grond niet worden geïdentificeerd met het lichaam van Hem.

Een DNA-test, toegepast door R. Rogers[xi], zou uitwijzen dat de afdruk van deze man zou afstammen van de stam Levi, maar dat kan niet worden gestaafd met het argument dat Maria volgens het evangelie van Lukas tot deze stam zou behoren, omdat de Hebreeën met een partner van hun eigen stam trouwden en Jozef uit de stam Juda was. Weliswaar was Maria een verwante van Elisabeth, van de stam Levi, maar zij wordt niet uitdrukkelijk haar nicht genoemd, want daar kent het Grieks het woord anepsia (ανηψια) voor.

Door chemische reacties onder de microscoop en door neutronenactivering konden sporen van aloë en mirre op het linnen doek worden aangetoond.[xii]

Met een elektronenmicroscoop vindt een wetenschapsechtpaar, Roger en Mary Gilbert, zeer kleine resten van straatvuil. Door sterke uitvergrotingen stellen ze vast dat het om aragonietkristallen gaat, samengesteld uit calciumcarbonaat met sporen van de elementen strontium en ijzer. Dit mineraal komt in dezelfde samenstelling voor in de aarde van Jeruzalem is uit monsters gebleken.[xiii] Ook een proef met deeltjes kalksteen van zeer oude graven uit Jeruzalem werden vergelijken met deeltjes van de lijkwade en dat bracht een identieke samenstelling aan het licht.[xiv]

In 1988 is de C14-methode toegepast op een stukje van de linnen doek genomen van de rand van het doek. Dit stukje werd verdeeld in drieën en door drie verschillende laboratoria onderzocht om de ouderdom te bepalen. Dit is mogelijk doordat de houtstof (lignine) van linnen door invloed van warmte wordt ontbonden en vanilline ontstaat. Dit verval vindt tamelijk gelijkmatig plaats. Uit dit onderzoek is een datering tussen 1260 en 1390 vastgesteld. De lijkwade zou dan zijn ontstaan in de middeleeuwen, tenzij een foutieve datering is veroorzaakt doordat dit stukje stof vervuild was. Een verontreiniging van 2% zou een verschil in datering teweeg kunnen brengen van 1500 jaar.[xv] Die verontreiniging is het gevolg van transport, incidenten als brand- en waterschade en de regelmatige vertoningen aan het volk waarbij het doek werd vastgehouden met wellicht ongewassen handen. Het linnen doek heeft dus niet zo’n 2000 jaar ergens ongestoord gelegen. Een andere reden is het aanwezig zijn van een bioplastische laag.[xvi]    

Tenslotte

Het is goed te beseffen dat het geloof in de opgestane Heer niet staat of valt met de herkomst van het doek. Immers geloof is het bewijs van de dingen die men niet ziet, zodat dit linnen doek niet als teken kan dienen om het geloof in de opstanding te bevestigen, maar eerder een bewijs is dat er iemand is gestorven. De eerste leerlingen namen het doek niet eens mee om aan te tonen dat Jezus was verrezen, althans het evangelie doet hier geen mededeling over. Toch is het interessant om de informatie die dit linnen doek prijs geeft te hebben onderzocht ook al is het om onjuiste hypotheses te weerleggen. 

Waarschijnlijk is het laatste woord nog niet gesproken over het onderzoek van dit linnen doek. Of een nieuw onderzoek zal worden gestart met behulp van de C14 methode is nog te bezien. Dan zou in ieder geval een stukje linnen uit het midden van het doek moeten worden genomen. Ook zijn de bevindingen naar aanleiding van de DNA-test nauwkeuriger en uitvoeriger te motiveren. Desnoods zal dit leiden tot een nieuwe DNA-test.

  

Peter Kerstholt

 

[i] Nieuwe encyclopedie van de bijbel, John Drane (redactie), Voorhoeve, Kampen, 1999, blz. 136-137

[ii] Duke’s handbook of Medicinal Plants of the Bible, James A. Duke, Taylor & Francis Group, London, 2008, p. 34.

[iii] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 14-15.

[iv] De wetenschap van Leonardo da Vinci, F. Capra, Spectrum, Utrecht, 2008, de werking van de arm, circa 1510, anatomische studies, folio 135v, blz. 31.

[v] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 16.

[vi] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 17.

[vii] Duke’s handbook of Medicinal Plants of the Bible, James A. Duke, Taylor & Francis Group, London, 2008, p.201 en 461.   

[viii] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 20.

[ix] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 21.

[x] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 23.

[xi] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 23.

[xii] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 24.

[xiii] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 24.

[xiv] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 24.

[xv] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 26-27.

[xvi] Op het spoor van de lijkwade van Turijn, M. Hesemann, Nederlandse uitgave, parochie van de heilige Johannes Evangelist, ’s-Hertogenbosch, 2012, blz. 27.

21-01-2021