Kinderdoop

De kinderdoop is één van de meest voorkomende soorten doop binnen verschillende kerken.

Kinderdoop

Bij de kinderdoop worden kleine kinderen, vaak nog baby’s, gedoopt, zij ontvangen dan, zegt men, een teken en zegel van Gods belofte. De volwassendoop ondergaat meestal een volwassen persoon, of een kind vanaf ongeveer 12 jaar, nadat hij of zij tot geloof is gekomen. Deze volwassendoop komt met de groei van evangelische en pinksterkerken steeds vaker voor. Een nieuwe opvatting over de doop is dat het allebei wel kan en er zijn dus inmiddels al kerken waar men de keuze aan de mensen zelf over laat. Daarbij komen er ook steeds meer christenen die vinden dat je elkaars doop gewoon moet erkennen, ongeacht op welke manier, want dat zou voor God niet belangrijk zijn. Daarom dit onderwerp, het gaat om de vraag: wat zegt de Bijbel erover?

Is het wel belangrijk, dopen?

 Uit de woorden van de apostel op de pinksterdag kunnen we feitelijk niet anders begrijpen als dat de doop wel degelijk heel belangrijk is, voor een christen die zich bekeerd en Jezus wil volgen. Petrus belooft ons hier de ‘gave van de heilige Geest’als we gehoorzaam zijn. Lees Hand.2:38 “En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen”.

Lees ook de woorden van Jezus zelf bij het zendingsbevel in Marc.16:16 “Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden”. In dit geval koppelt de Heer Jezus onze behoudenis aan ‘geloven en dopen’.

Uiteraard ga we hier nu niet oordelen over mensen die niet gedoopt zijn, in de zin dat zij dan wel of niet de gave van de heilige Geest hebben ontvangen of zelfs dat het gevolgen kan hebben voor hun behoudenis. Het is niet aan ons om daar in die zin iets van te zeggen, maar God alleen en gelukkig maar. Het is alleen wel zo dat, als we willens en wetens tegen Gods gebod ingaan in het geval van de doop, we God ongehoorzaam zijn.

Wij zijn soldaten in Gods leger. Een soldaat is waardeloos voor de strijd als hij niet heeft geleerd onvoorwaardelijk te gehoorzamen. Zo is het ook met ons. Wij moeten ons laten dopen, omdat we de Heer onvoorwaardelijk gehoorzaam moeten zijn. Daarbij gaat het nog niet eens in de eerste plaats om, of we alles al verstaan of begrijpen. Het gaat er alleen maar om “zijn we echt bekeerd en willen we God gehoorzamen”. Een echte bekering bewijst zich ook door de bereidheid tot gehoorzamen. Joh.3:36 “Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. Mensen die bewust de Heer ongehoorzaam blijven zijn niet echt bekeerd en moeten niet verwachten dat de Heer hen overvloedig zal zegenen.

Op de vraag, waarom moeten we ons laten dopen, is echter ook een uitgebreider antwoord mogelijk. Dan gaat het meer om de betekenis van de doop. Als de Bijbel spreekt over dopen, dan wordt er in het grondwoord altijd het woord “Baptizo” gebruikt. Dit woord betekent: indopen, helemaal nat maken, onderdompelen of ondergaan. Er staat dus letterlijk in Hand.2:38 “bekeert u, laat u onderdompelen (=dopen)”.

De betekenis van dit woord leert ons afdoende wat God met dopen bedoeld. Het kan dus nooit besprenkelen zijn, wat hier bedoeld wordt. Petrus leert ons ook, dat wij geroepen zijn om de voetstappen van Jezus na te volgen. (1 Petr.2:21)” Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden”.

Dat geldt zeker ook voor de doop. Jezus is ons in alles het volmaakte voorbeeld geworden en Hij leert ons in Joh.13:15 dat wij Zijn voorbeeld zouden navolgen. Als ik dus wil weten hoe ik gedoopt moet worden, dan moet ik kijken naar Jezus. Nu, Johannes doopte niet door besprenkelen, want hij had veel water nodig staat er in Joh.3:23. Jezus steeg ook op uit het water, dus Hij was er eerst in. (Mat.3:16). Later doopte Philippus, de kamerling uit het Moorenland en er staat dat hij afdaalde in het water (Hand.8:38).

Waarom kan de kinderdoop NIET in de plaats van de volwassen doop gezien worden?

  • Zonder geloof heeft de doop geen betekenis. Geloven in Jezus is dus de eerste voorwaarde. Marc.16:16 “Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden”. Hand.8:36-38 “En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem”.
  • De doop moet vooraf gegaan worden door bekering. Hand.2:3838 “En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen”.
  • De doop is een bede (=verlangen) tot God van een goed geweten. Dus een geweten wat gereinigd is door het bloed van Jezus. 1 Petr.3:21 “Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God”. Een baby kan een deregelijke bede tot God nog niet hebben.
  • De doop is een daad die wij zelf moeten doen, wij moeten ons laten dopen. Niet anderen kunnen dat voor ons beslissen, dus ook onze ouders niet. Hand.2:38 zegt “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen”. Besprenkeling is geen Baptizo, dus onderdompelen en doet dus afbreuk aan de betekenis van de doop, namelijk “begraven”. Rom.6:4 “ Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood”.
  • Uit Efeze 4:5 weten we dat er maar één doop is en dus kan er nooit meerdere vormen van dopen zijn. De enige doop is degeen die Jezus ons voor deed, namelijk door onderdompeling. Efeze 4:5 “..een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, een Here, een geloof, een doop”.

“…met geheel zijn huis” De volgende teksten, waar mensen met hun gehele huis gedoopt worden, worden vaak aangehaald als bewijs dat kleine kinderen gedoopt (moeten) worden. In Hand. 16 : 14 – 15 lezen we over Lydia, de purperverkoopster, zij kwam tot geloof en liet zich dopen met haar hele huis. Er staat echter niets over kleine kinderen bij. Wanneer men ervan uitgaat dat zij er toch bij waren, dan gaat men te werk op grond van eigen veronderstellingen, en niet op grond van Gods Woord, temeer omdat andere voorbeelden laten zien dat er geen hele kleine kinderen bij waren. In Hand. 16 : 30 – 34 lezen we heel duidelijk dat Paulus het Woord des Heeren sprak tot de gevangenbewaarder “en tot allen, die in zijn huis waren”, en “dat hij met heel zijn huis aan God gelovig was geworden”. Zijn hele huis was tot geloof gekomen, en kon zich daardoor laten dopen. Hetzelfde lezen we over Crispus in Hand. 18 : 8: “En Crispus, de overste der synagoge, geloofde aan de Heere met geheel zijn huis; en velen van de Korinthiërs, hem horende, geloofden en werden gedoopt”. Eerst geloven, dan dopen. Blijkbaar waren ook hier geen hele kleine kinderen aanwezig.

Op de vraag of het God iets uitmaakt: kinderdoop of volwassendoop is het antwoord bevestigend. Ja, het maakt God iets uit, want Hij wil dat we Hem onvoorwaardelijk gehoorzamen. Alleen op die manier kan Hij ons zegenen.

Evangelist Henk Herbold