Yahweh – Tsidkenu: God is Gerechtigheid.

'JHWH onze gerechtigheid' is de naam die aan de Messias en aan de stad Jeruzalem zal worden toegekend. In het Hebreeuws: Jahweh Tzidkenoe.

Yahweh – Tsidkenu: God is Gerechtigheid.

De Koning

De eerste maal wordt de naam 'de HEER onze gerechtigheid' toegekend aan de Messias, die in de toekomst zal regeren.

De rechtvaardige nakomeling van David zal genoemd worden ‘Jahweh Tzidkenoe’. Deze naam van de toekomstige koning bevat de eigennaam Jahweh. De eigennaam Jahweh betekent ‘Die is’. ‘Tzidkenoe’ betekent ‘onze gerechtigheid’. Deze betekenissen samenvoegend komen we tot: ‘Die is - onze gerechtigheid’. God is en zal zijn onze gerechtigheid.

Wanneer Israël hersteld is en in vrede woont, zal hij de Gezalfde "Jahweh onze gerechtigheid" noemen. Hierdoor zal tot uitdrukking worden gebracht, dat het niet eigen verdienste is om in vrede te mogen wonen, maar dat God op grond van het werk van Christus hen de mantel der gerechtigheid heeft omgedaan en zij dus in Zijn heilige tegenwoordigheid kunnen verkeren. 

Jes 61:10  Ik ben zeer vrolijk in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil, de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk [hoofd]sieraad, en een bruid zich tooit met haar sieraden.
(HSV)

Wie is de rechtvaardige Spruit die de naam 'de HEER onze gerechtigheid' zal krijgen? Dat is de Here Jezus. Door Hem heeft God ons, die zondaars waren, gerechtigheid geschonken. Jezus is ons geworden: gerechtigheid van Godswege.

1Co 1:30 Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, gerechtigheid, heiliging en verlossing,
(SV)

De Engelse prediker Spurgeon heeft gezegd: “Het zal de Christen steeds een grote kalmte, rust en vrede geven, als hij peinzen mag over de volmaakte gerechtigheid van de Heer Jezus. Hoe dikwijls zijn Gods heiligen teneergedrukt en treurig! Ik geloof niet, dat zij dit mogen zijn. Ik geloof niet, dat zij het zouden kunnen, wanneer zij steeds hun volmaaktheid in Christus zagen. Sommigen spreken altijd over het bederf en de arglistigheid van het hart en de natuurlijke boosheid van de ziel. Dit is alles zeer waar; maar waarom gaat men niet wat verder en herinnert zich, dat wij "volmaakt zijn in Christus Jezus." Het is niet te verwonderen, dat zij, die bij hun eigen verdorvenheid altijd blijven stilstaan, zo gedrukt zijn; maar het kan niet anders of er zal vreugde in ons hart komen, zo wij ons herinneren dat Christus onze gerechtigheid is geworden. Al moet ik veel droefheid ondervinden, al valt satan mij aan, al heb ik nog veel door te worstelen, eer ik in de hemel kom, ik sta in het verbond der Goddelijke genade; ik heb alles in mijn Heer; Christus heeft alles volbracht. Aan het kruis riep Hij uit: "het is volbracht!" en daar alles volbracht is, ben ik volmaakt in Hem, en mag ik mij verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, niet hebbend mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die uit het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is, door het geloof. Aan deze zijde van de hemel zult u geen heiliger volk vinden dan zij, die in hun hart de leer van Christus’ gerechtigheid ontvangen. Als de gelovige zegt: "mijn leven is Christus alleen, in Hem rust ik voor mijn zaligheid, en ik geloof dat, hoe onwaardig ook, ik in Jezus verlost ben," dan rijst deze gedachte uit dankbaarheid in het hart op: "zal ik dan niet voor Christus leven, Hem niet liefhebben en dienen, daar Hij mij door Zijn verdiensten heeft gered?" "De liefde van Christus dringt ons, opdat degenen, die leven niet meer voor zichzelv zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is." Eerst als wij door de toegerekende gerechtigheid verlost zijn, zullen wij de ons medegedeelde gerechtigheid op prijs stellen.